Witgoed aansluiten is voor een groot deel gewoon slangen koppelen en een apparaat waterpas zetten. Er zijn alleen drie plekken waar het misgaat, en de gevolgen daarvan zie je pas weken later terug in een opgezwollen keukenkast of een aardlekschakelaar die eruit vliegt.
Snel antwoord. Elk witgoedapparaat heeft drie aansluitingen: water, afvoer en stroom. Water en afvoer mag je zelf doen zolang de aansluitpunten er al liggen. Bij elektra ligt de grens scherper: een geaard stopcontact gebruiken mag, een groep bijplaatsen of aan de meterkast werken niet.
De drie aansluitingen, en waar de grens ligt
| Aansluiting | Zelf doen mag | Laten doen |
|---|---|---|
| Water op een bestaande kraan | Ja | Als er nog geen kraan is en er gezaagd of gesoldeerd moet worden |
| Afvoer op een bestaande sifon of standpijp | Ja | Als er geen afvoerpunt is |
| Stekker in een bestaand geaard stopcontact | Ja | Als er een groep bij moet of het stopcontact ontbreekt |
| Gasfornuis | Nee | Altijd, wettelijk voorbehouden aan een erkend installateur |
| Inbouwapparaat vast aansluiten | Nee | Vast aansluiten op een aansluitdoos is elektrotechnisch werk |
De vuistregel: aansluiten op wat er al ligt mag je zelf. Nieuwe voorzieningen maken is vakwerk. En bij gas geldt geen vuistregel maar een harde regel: dat doe je nooit zelf.
De watertoevoer
Koud water, tenzij anders voorgeschreven. Vrijwel alle wasmachines en vaatwassers gaan op koud water. Zij regelen de temperatuur zelf per programmafase, en warm inlaatwater verstoort dat. Bij een vaatwasser werkt het bovendien averechts met enzymatisch middel.
De koppeling: handvast plus een kwartslag. In de koppeling zit een rubberen ring. Te hard aandraaien vervormt die ring, en dan gaat het juist lekken. Dit is de meest gemaakte fout bij het aansluiten, en het is contra-intuïtief.
Verleng een toevoerslang nooit met een koppelstuk. Heb je meer lengte nodig, gebruik dan één slang die lang genoeg is. Elke extra koppeling is een extra lekpunt, en dit staat onder permanente waterdruk.
De aquastop. Veel toevoerslangen hebben een aquastop: een blokje bij de kraanaansluiting dat de watertoevoer afsluit bij een lek. Dat blokje hoort aan de kraankant te zitten. Er loopt bij sommige uitvoeringen een stuurdraad doorheen, dus knip nooit de stekker of de draad ervan af en kort de slang niet in.
Staat de indicator op een aquastopslang op rood, dan heeft hij gewerkt en moet de complete slang vervangen worden. Resetten kan niet.
Een kogelkraan is geen luxe. Ook wel machinekraan genoemd. Zonder aparte kraan moet je bij elke storing de hoofdkraan dicht draaien.
De afvoer, en de lus die het vaakst wordt vergeten
Hier gaat het het vaakst mis, en de gevolgen zijn duur.
De hoogte van de lus. De afvoerslang moet omhoog voordat hij naar de sifon of de standpijp gaat. Het hoogste punt hoort tussen ongeveer 60 en 100 centimeter boven de vloer te zitten. Kijk voor de zekerheid in de handleiding van je model, want de exacte eis verschilt.
Die lus doet twee dingen:
- Hij voorkomt hevelwerking. Loopt de slang alleen maar omlaag, dan loopt het water er tijdens het programma vanzelf uit. De machine blijft dan bijvullen, gebruikt veel te veel water en wast of spoelt niet goed.
- Hij voorkomt terugstromend vuil water uit de gootsteen.
De meeste apparaten hebben achterop een beugel waar de slang doorheen moet, precies om die lus af te dwingen. Gebruik die beugel.
Niet te diep in de buis. Ongeveer tien centimeter in de standpijp is genoeg. Dieper geeft een luchtslot of een hevel, en dan loopt het waterslot in de sifon leeg. Het gevolg daarvan is een rioollucht in de bijkeuken, zie wasmachine stinkt.
Slangklem op het sifontuitje. Zonder klem schiet de slang eraf onder druk, en dan loopt een complete programmavulling in het keukenkastje.
Het membraan doorsteken. Bij een fabrieksnieuwe sifon met een aansluittuitje voor een apparaat is dat tuitje afgesloten met een dun kunststof membraan. Dat moet eruit. Wordt dat vergeten, dan lijkt het alsof de machine niet afpompt terwijl er niets stuk is. Dit is de klassieker bij een net aangesloten vaatwasser, zie vaatwasser aansluiten.
Twee apparaten op één afvoer kan, mits de sifon de gecombineerde stroom aankan en beide slangen een eigen lus hebben. Loopt water bij de een uit de ander terug, dan is de afvoer te krap bemeten.
De stroom
Hier ligt de grens het scherpst, en niet zonder reden: witgoed trekt veel stroom bij het verwarmen.
Wat je zelf mag doen: een stekker in een bestaand geaard stopcontact steken.
Wat je niet zelf moet doen: een groep bijplaatsen, een stopcontact bijmaken, of een apparaat vast aansluiten op een aansluitdoos. Dat is elektrotechnisch werk.
Praktische regels:
- Geaard stopcontact, altijd.
- Geen verlengsnoer en geen stekkerdoos. Een wasmachine, vaatwasser, droger of oven trekt bij het verwarmen veel stroom, en een stekkerdoos is daar niet op berekend. Dit is een reële brandoorzaak.
- Bereikbaar na plaatsing. Zit het stopcontact achter het apparaat en kun je er niet meer bij, dan kun je bij een storing niets spanningsloos maken zonder de groep uit te schakelen. Plaats het stopcontact bij voorkeur in het kastje ernaast.
- Let op de groepsbelasting. Een oven, een waterkoker en een vaatwasser tegelijk op één groep van 16 ampère gaat mis. Vliegt de groep eruit zodra twee apparaten samen aanstaan, dan is dat geen defect maar overbelasting.
- Vliegt de aardlekschakelaar eruit met alleen dat ene apparaat aangesloten, dan is er lekstroom, meestal door water bij elektra. Stoppen en laten kijken.
Waterpas zetten is geen afwerking
Dit lijkt cosmetisch en is het niet.
Een wasmachine die niet waterpas staat, laat de kuip bij elke centrifugegang tegen de behuizing komen. Dat sloopt de schokdempers en uiteindelijk de lagers, en dat is precies het defect dat het einde van de machine markeert. Bovendien loopt hij weg over de vloer en bonkt hij, zie wasmachine maakt lawaai.
Een vaatwasser die niet waterpas staat, pompt het laatste water niet weg en gaat ruiken.
Een koelkast die naar voren helt, laat de deur op een kier staan zonder dat je het merkt, en dat is een van de meest voorkomende oorzaken van aanvriezen.
Zet elk apparaat waterpas in beide richtingen, draai de pootjes uit tot het nergens meer wiebelt, en zet de contramoeren vast. Bij een koelkast bij voorkeur een fractie achterover, dan valt de deur vanzelf dicht.
De transportbouten van een wasmachine
Achterop een nieuwe wasmachine zitten drie tot vier bouten die de kuip vastzetten tijdens transport. Die moeten eruit voordat de machine ooit draait.
Blijven ze zitten, dan bonkt de machine extreem en raakt de ophanging binnen enkele wasbeurten beschadigd. Bewaar ze, want je hebt ze nodig bij een volgende verhuizing.
Omgekeerd: bij het verhuizen van een wasmachine horen ze er weer in. Een machine die zonder transportbouten wordt vervoerd, kan onderweg schade oplopen aan de ophanging.
Per apparaat, kort
Wasmachine. Transportbouten eruit, koud water, afvoerlus op 60 tot 100 centimeter, waterpas, geaard stopcontact.
Vaatwasser. Koud water via een kogelkraan, afvoerlus met beugel, membraan in het sifontuitje doorsteken, slangklem, waterpas, condensplaat onder het werkblad. Uitgebreid in vaatwasser aansluiten.
Wasdroger. Geen watertoevoer nodig. Wat er wel nodig is, verschilt per type: een luchtafvoerdroger wil een slang naar buiten, een condensdroger een reservoir, een warmtepompdroger optioneel een vaste afvoer. Zie droger aansluiten.
Koelkast en vriezer. Alleen stroom. Belangrijkste punten: ruimte achterlangs en bovenlangs zodat de warmte weg kan, waterpas of een fractie achterover, en na een liggend transport minimaal vier uur rechtop laten staan voordat je hem aanzet. Anders loopt compressorolie in het koelcircuit.
Oven en kookplaat. Een inbouwoven wordt vaak vast aangesloten en een inductiekookplaat vraagt meestal een eigen groep, soms perfase. Dat is elektrotechnisch werk en geen doe-het-zelfklus.
Gasfornuis. Altijd door een erkend installateur.
De testronde
Doe dit altijd, ook als alles er goed uitziet.
- Kraan open, vijf minuten wachten, met een droge vinger rond elke koppeling voelen. Een klein lek zie je niet, dat voel je
- Een kort programma starten met een leeg apparaat
- Erbij blijven tijdens het eerste vullen en het eerste afpompen. Dat zijn de twee momenten waarop een fout zich meldt
- Halverwege met een zaklamp achter en onder het apparaat kijken
- Na afloop controleren of alles droog is en of er geen water is blijven staan
Dat kwartier oplettendheid voorkomt de schade die je anders pas ontdekt als het water al onder de keukenkast staat.
Wat Stan doet
Stan plaatst nieuwe apparaten, sluit ze aan op bestaande voorzieningen, koppelt het oude apparaat los en controleert de aansluitingen die er al liggen. Wat daar precies onder valt staat op witgoedinstallatie.
Wat er niet onder valt: nieuwe water- of elektravoorzieningen aanleggen, gaswerk, en keukenaanpassingen als een inbouwapparaat niet past.
