Een vaatwasser aansluiten is geen ingewikkelde klus, maar er zijn drie plekken waar het misgaat en die drie zorgen samen voor bijna alle lekkages die Stan achteraf komt oplossen. Dit artikel loopt ze alle drie langs, en zegt eerlijk waar de grens ligt.
Snel antwoord. Een vaatwasser heeft drie aansluitingen: water, afvoer en stroom. De toevoer gaat op een kogelkraan, de afvoerslang via een lus op minimaal 60 centimeter hoogte naar de sifon, en de stekker in een geaard stopcontact dat bereikbaar blijft. Die lus wordt het vaakst vergeten.
Wat je nodig hebt
- Een waterpas
- Een waterpomptang of een steeksleutel 22 mm
- Een emmer en een doek
- Eventueel een sifon met vaatwasseraansluiting, herkenbaar aan het extra tuitje
- Eventueel een kogelkraan, ook wel machinekraan genoemd
De slangen zitten bij vrijwel elke nieuwe vaatwasser in de doos. Koop geen langere slang dan nodig, en verleng een watertoevoerslang nooit met een koppelstuk. Heb je meer lengte nodig, gebruik dan één slang die lang genoeg is.
1. De watertoevoer
De vaatwasser gaat op koud water, tenzij de fabrikant expliciet iets anders voorschrijft.
De aansluiting. Onder het aanrecht zit meestal al een kraan voor de wasmachine of de vaatwasser. Zit die er niet, dan moet er een kogelkraan op de koudwaterleiding komen, en dat is loodgieterswerk zodra er gezaagd of gesoldeerd moet worden.
Vastdraaien. De koppeling van de toevoerslang draai je met de hand vast, en dan hooguit een kwartslag na met de tang. Er zit een rubberen ring in. Te hard aandraaien vervormt die ring en dan gaat het juist lekken. Dit is de meest gemaakte fout.
De aquastop. Veel toevoerslangen hebben een aquastop: een blokje bij de kraanaansluiting dat de watertoevoer afsluit als er een lek wordt gedetecteerd. Dat blokje moet aan de kraankant zitten, niet aan de machinekant, en er mag geen elektrische stekker van afgeknipt worden. Een aquastopslang is niet in te korten.
Controle. Draai de kraan open en laat het vijf minuten staan. Voel met een droge vinger rond de koppeling, ook aan de onderkant. Een klein lek zie je niet, dat voel je.
2. De afvoer, en de lus die iedereen vergeet
Hier gaat het mis, en de gevolgen zijn vervelend.
De lus. De afvoerslang moet omhoog voordat hij naar de sifon gaat. Het hoogste punt van die lus hoort minimaal 60 centimeter boven de vloer te zitten, bij de meeste merken bij voorkeur tussen 60 en 100 centimeter. De machine heeft die hoogte nodig, en de lus voorkomt daarnaast twee dingen:
- Hevelwerking. Loopt de slang alleen maar omlaag, dan loopt het water er tijdens het programma vanzelf uit en blijft de machine bijvullen. De vaat wordt niet schoon en het waterverbruik loopt op.
- Terugstromend vuil water. Zonder lus kan afvalwater uit de gootsteen terug de machine in lopen.
De meeste vaatwassers hebben een beugel aan de achterkant waar de slang doorheen moet, precies om die lus af te dwingen. Gebruik die beugel.
De aansluiting op de sifon. Twee opties:
- Op de sifon met vaatwasseraansluiting. Dat is een sifon met een extra tuitje. Vergeet niet het dopje of het membraan in dat tuitje door te steken, want fabrieksnieuw is het vaak dicht. Een vergeten membraan geeft precies hetzelfde beeld als een verstopping.
- Op een standpijp aan de muur. Steek de slang er ongeveer tien centimeter in, niet dieper. Te diep geeft een luchtslot.
Slangklem. Op het tuitje van de sifon hoort een slangklem. Zonder klem schiet de slang eraf onder druk, en dan loopt het complete programma in het keukenkastje.
Niet doen: de afvoerslang inkorten tot onder de minimale lengte, hem verlengen tot boven de maximale lengte uit de handleiding, of hem samen met de wasmachine op één te krappe afvoer aansluiten. Dat laatste kan wel, maar dan moet de sifon de gecombineerde stroom aankunnen.
3. De stroom
- Geaard stopcontact, en het liefst op een groep waar niet ook nog een oven en een waterkoker aan hangen.
- Bereikbaar na plaatsing. Zit het stopcontact achter de machine en kun je er niet meer bij, dan kun je de vaatwasser bij een storing niet spanningsloos maken zonder de groep uit te schakelen. Plaats het stopcontact bij voorkeur in het kastje ernaast.
- Geen verlengsnoer en geen stekkerdoos. Een vaatwasser trekt bij het opwarmen flink stroom.
- Nooit de stekker vervangen of afknippen, zeker niet bij een aquastopslang, want daar loopt een stuurdraad doorheen.
4. Inschuiven en stellen
Dit lijkt afwerking maar het is functioneel.
- Waterpas stellen, in beide richtingen. Een vaatwasser die niet waterpas staat, pompt het laatste water niet weg en gaat ruiken. Draai de pootjes bij, veel modellen hebben een achterpoot die je van de voorkant kunt verstellen.
- Slangen niet knellen. Duw de machine langzaam naar binnen en kijk mee wat er achter gebeurt. Een geknelde toevoerslang is een lek in wording.
- Bij inbouw: de machine hoort tegen het aanrechtblad vastgezet te worden, zodat hij niet meekantelt als je de volle korf uittrekt.
- Condensplaat. Onder het werkblad hoort bij de meeste modellen een dampstrip of condensplaat. Zonder die strip trekt de damp in het houten blad en zet dat blad uit.
5. De testronde
Doe dit altijd, ook als alles er goed uitziet.
- Draai de kraan open en wacht vijf minuten. Voel rond de koppeling.
- Start een kort programma met een lege machine.
- Blijf erbij tijdens het eerste vullen en het eerste afpompen. Dat zijn de twee momenten waarop een fout zich meldt.
- Kijk halverwege met een zaklamp achter en onder de machine.
- Controleer na afloop of de bodem droog is en of er geen water is blijven staan.
Blijft er water op de bodem staan, kijk dan bij vaatwasser pompt niet af. Dat is bij een net aangesloten machine bijna altijd de vergeten membraan in het sifontuitje of een ontbrekende lus.
Waar de grens ligt
Zelf doen is prima wanneer alle aansluitpunten er al zijn: een kraan, een sifon met tuitje en een geaard stopcontact. Dan is het inschuiven, koppelen en stellen.
Laat het doen wanneer:
- Er nog geen wateraansluiting is en er in de leiding gezaagd of gesoldeerd moet worden
- Er geen geschikt stopcontact is en er een groep bij moet
- Het een inbouwmachine is die net niet past, want dan wordt het keukenwerk
- Je twijfelt over de sifon, bijvoorbeeld bij een oude loden of gietijzeren afvoer
- Je het niet zelf wilt dragen. Een vaatwasser weegt 40 tot 60 kilo en moet vaak over een drempel en door een deur
Stan plaatst nieuwe apparaten en sluit ze aan op bestaande voorzieningen, en controleert de aansluitingen die er al liggen. Wat daar precies onder valt staat op witgoedinstallatie.
